Naar hoofdinhoud
· 7 min lezenLeiderschap & Coachend Leidinggeven

De eerste honderd dagen als nieuwe leidinggevende: hoe je begint zonder direct vast te lopen

De eerste honderd dagen bepalen voor een groot deel hoe het je over twee jaar lukt als leidinggevende. Hoe je begint zonder de fouten die zich later moeilijk laten herstellen.

De eerste honderd dagen als nieuwe leidinggevende: hoe je begint zonder direct vast te lopen
Onderdeel van de hubCoachend leidinggeven zonder een coach te zijn: leiderschap dat ruimte scheptLees de overzichtsblog voor het bredere kader.

Een nieuwe leidinggevende-rol heeft iets eigenaardigs. Aan de ene kant zijn alle ogen op je gericht, iedereen wil weten wie je bent, hoe je werkt, wat je gaat veranderen. Aan de andere kant heb je nog niet de informatie of de relaties om weloverwogen te kunnen handelen. Die spanning maakt de eerste honderd dagen een fase waarin keuzes met disproportioneel gewicht worden gemaakt, bewust of onbewust.

In coaching werk ik regelmatig met mensen die net leidinggevende zijn geworden. Bijna zonder uitzondering vertellen ze achteraf dat het anders is dan ze hadden verwacht. Wat ze als hun belangrijkste taak zagen, blijkt secundair. Wat ze niet hadden ingeschat, de hoeveelheid politieke navigatie, de eenzaamheid, het permanent oordelen over mensen, blijkt het zwaarste werk.

Dit artikel beschrijft hoe je die eerste honderd dagen aanpakt op een manier die je over twee jaar nog dankbaar bent. Niet door alle fouten te vermijden, die hoort erbij, maar door die fouten te maken die nog te herstellen zijn, in plaats van die met blijvende impact.

Nieuwe leidinggevende observeert teamvergadering

Wat de eerste honderd dagen eigenlijk zijn

Geen periode om te bewijzen, wel om te leren

De grootste valkuil voor nieuwe leidinggevenden is bewijsdrang. Iedereen kijkt; je voelt dat je iets moet laten zien; je grijpt in op wat je zou kunnen verbeteren. Het probleem is dat je vaak niet voldoende inzicht hebt om verstandig in te grijpen. De ingrepen die je doet, zijn gebaseerd op onvolledige informatie, en ze sturen patronen die je later moeilijk kunt corrigeren.

Een betere benadering: behandel de eerste honderd dagen primair als leerfase. Je hebt tijd om te bewijzen, minstens twee jaar, vaak meer. Maar de leerfase is uniek: alleen in de eerste maanden ben je nog onbevooroordeeld genoeg om te zien wat er werkelijk speelt.

Een fase waarin patronen worden gezet

Tegelijkertijd zet je in deze maanden, of je dat wilt of niet, patronen die voor jaren doorwerken. Hoe je je eerste vergadering structureert, wordt de standaard. Hoe je reageert op de eerste fout, wordt het signaal dat je team onthoudt. Hoe je met je leidinggevende omgaat, vormt de relatie voor de toekomst.

Dat maakt deze fase paradoxaal: je wilt rustig leren, en tegelijkertijd zet je met elke keuze koers. Het hanteren van die paradox is wat de eerste honderd dagen vraagt.

De drie taken van de eerste honderd dagen

Taak 1: Begrijpen, niet ingrijpen

In de eerste maand zou je eerste werk moeten zijn: begrijpen wat er is. De cultuur, de geschiedenis, de spanningen die er al lagen voordat jij arriveerde. Wie heeft welke rol, formeel én informeel? Welke onderwerpen zijn onbespreekbaar? Welke patronen herhalen zich?

Dat begrip krijg je niet door rapporten te lezen. Je krijgt het door één-op-één-gesprekken met iedereen in je directe team, en met sleutelfiguren erbuiten. Een werkbare opzet: 30 tot 60 minuten per persoon, in de eerste drie tot vier weken. Met dezelfde basisvragen voor iedereen, wat gaat goed, wat schuurt, wat zou je veranderen, wat verwacht je van mij?

Cruciaal: in deze gesprekken wordt verleidelijk om al iets te vinden of beloven. Doe het niet. Luister, neem aantekeningen, vraag door. Pas na de hele ronde begin je je eigen oordeel te vormen.

Taak 2: Een paar zichtbare keuzes maken

Na de eerste maand is er ruimte voor enkele zichtbare beslissingen. Niet veel, twee of drie. Maar wel keuzes die signaleren wie je bent als leider. Een werkpatroon dat je instelt. Een vergaderritme dat past. Een eerste expliciete keuze over richting of prioriteit.

Deze keuzes hoeven niet groot te zijn. Wel moeten ze consistent zijn met hoe je verder wilt werken. Want het team observeert ze nauwlettend, en ze worden de basis voor wat verwacht wordt.

Veel leidinggevenden doen hier het tegenovergestelde: ze maken in de eerste maanden grote, opvallende keuzes, vaak om indruk te maken, en kunnen die later niet allemaal volhouden. Beter weinig en consistent dan veel en wisselend.

Taak 3: Helder maken hoe je gaat werken

In de eerste honderd dagen is de afspraak met je team belangrijker dan de inhoudelijke beslissingen. Wanneer hebben jullie één-op-één? Hoe vaak vergaderen jullie samen? Welke beslissingen wil je zelf nemen, welke laat je aan het team? Wat verwacht je in rapportage en wat niet?

Een eenvoudig 'leiderschapsmanifest' helpt vaak. Een document van twee A4'tjes waarin je opschrijft wat je belangrijk vindt, hoe je werkt, wat je verwacht en wat het team van jou kan verwachten. Niet voor de show, om expliciet te maken wat anders impliciet zou blijven.

Drie fouten die je later moeilijk herstelt

Te snel mensen vervangen

Een veelgemaakte fout: in de eerste maand al concluderen dat een teamlid niet past en dat hij of zij weg moet. Soms klopt dat oordeel, maar veel vaker is het een overschatting van wat je in vier weken van iemand kunt zien.

Mensen die in de eerste fase niet uitblinken, blijken later vaak waardevol als ze ruimte krijgen om te wennen aan jouw stijl. Geef het minstens drie maanden voordat je ingrijpende personeelsbeslissingen neemt. En als je toch sneller moet, doe het dan met grote zorgvuldigheid, niet impulsief.

De vorige leidinggevende afserveren

Vooral in de eerste weken is het verleidelijk om je voorganger te bekritiseren. "Dat hij dit zo deed, snap ik niet." "Hij heeft jullie eigenlijk in de steek gelaten." Het lijkt empathisch, jullie hebben het zwaar gehad onder hem, maar het is bijna altijd schadelijk.

Het signaal dat je geeft: ik ben de redder. Maar over twee jaar wil je niet dat je opvolger jou zo bespreekt. Bovendien beoordeelt je team je oordeel over je voorganger als oordeel over jezelf, en als je hem afserveert, zien ze hoe makkelijk jij oordeelt. Dat ondermijnt vertrouwen.

Beter: spreek niet over je voorganger als je niet hoeft. Als je wel moet, beschrijf je feiten en je eigen aanpak, niet de tekortkomingen van een ander.

Beloven wat je niet kunt waarmaken

In de eerste honderd dagen zijn er veel mogelijkheden om iets te beloven, aan je team, aan je leidinggevende, aan stakeholders. Salarisverhogingen, promoties, projecten, structurele veranderingen. Veel ervan voelt in het moment redelijk.

Wees voorzichtig. Beloften die je in de eerste maanden doet en later niet waarmaakt, beschadigen vertrouwen meer dan beloften niet doen. Een werkbaar principe: beloof in de eerste honderd dagen alleen wat je echt zelf kunt waarmaken zonder afhankelijkheid van anderen.

Wat dit van jezelf vraagt

Een eigen gesprekspartner

Een nieuwe leidinggevende-rol is eenzaam. Je kunt veel niet bespreken met je team (te veel inzage), niet met je manager (te veel impressie management), niet met collega's op hetzelfde niveau (interne dynamiek). Wie geen externe gesprekspartner heeft, draagt veel alleen.

Een coach, een mentor, een ervaren collega buiten je organisatie, een vorm van regelmatig reflecteren met iemand zonder belang in jouw uitkomsten, is in deze fase geen luxe. Het is wat ervoor zorgt dat je niet vastloopt in patronen die je niet ziet.

Geduld met jezelf

Veel nieuwe leidinggevenden zijn ongeduldig met zichzelf. Ze willen sneller grip, sneller comfortabel zijn, sneller weten waar ze staan. Het werkt niet op die manier. Een leidinggevende-rol heeft zo veel lagen, operationeel, relationeel, politiek, strategisch, dat het minimaal een jaar duurt voordat je echt thuis bent.

Geduld met jezelf is geen passieve houding. Het is het accepteren van de realiteit van een complex vak, en jezelf de tijd geven die het verdient. Wie dat niet kan, brandt zich vaak op in zijn eerste rol, en herhaalt dat in zijn volgende.

Eerlijkheid over wat je nog niet weet

Tot slot een vaardigheid die in de eerste honderd dagen disproportioneel waardevol is: eerlijk zijn over wat je niet weet. "Dat ga ik nakijken." "Ik wil hier nog over nadenken voor ik beslis." "Ik wil eerst horen wat jullie ervan vinden, ik heb hier nog geen mening."

Veel leidinggevenden vinden dat zwakte. Het is in werkelijkheid een teken van professionele volwassenheid. Een team voelt het verschil tussen iemand die doet alsof hij alles weet en iemand die ruimte laat voor leren. Het tweede levert structureel meer vertrouwen op dan het eerste.

De houding die alles draagt

De rode draad onder dit alles is een houding van rust. Niet alles tegelijk willen oplossen. Niet bewijsdrang aanjagen. Niet de eerste indruk laten domineren. Wel rustig observeren, weloverwogen kiezen, en consistent zijn.

Die rust is paradoxaal genoeg wat sneller resultaat geeft dan haast. Want elk team voelt of een nieuwe leidinggevende kalm is met de ruimte van zijn rol, of dat hij gespannen is en bewijsdrang probeert weg te managen. De eerste wint vertrouwen sneller. De tweede moet er over twee jaar nog naar zoeken.


Begin je net of staat een nieuwe leidinggevende-rol voor de deur? Plan een kennismakingsgesprek, coaching helpt je bij het navigeren van een fase die de rest van je carrière kleurt.

Deel dit artikel

MS

Monique Straatsma

Mede-oprichter van Regiemakers en Register Organisatiecoach. Monique begeleidt organisaties bij systemische transities in cultuur en samenwerking.

Herken je dit?

Wil je werken aan de thema's uit dit artikel? Een kennismakingsgesprek is vrijblijvend en duurt 30 minuten.

Plan een kennismakingsgesprek