Naar hoofdinhoud
· 6 min lezenLeiderschap & Coachend Leidinggeven

Hoe je een teamlid begeleidt dat onder zijn niveau presteert: van probleem naar perspectief

Een teamlid dat onder zijn niveau presteert is geen probleem dat zichzelf oplost. Hoe je dit aanpakt zonder te lang te wachten of te snel af te schrijven.

Hoe je een teamlid begeleidt dat onder zijn niveau presteert: van probleem naar perspectief
Onderdeel van de hubCoachend leidinggeven zonder een coach te zijn: leiderschap dat ruimte scheptLees de overzichtsblog voor het bredere kader.

Iedere leidinggevende heeft het meegemaakt: een medewerker die ergens tussen 'redelijk' en 'matig' presteert, zonder dat duidelijk is wat er mis gaat. Geen acute crisis, geen aanleiding tot direct ingrijpen, maar ook geen patroon van groei. De resultaten blijven voorzien, maar net niet voldoende. De motivatie lijkt aanwezig, maar verzilvert niet. Anderen in het team beginnen het te merken, soms openlijk, vaker stilletjes.

Dit type situatie is een van de moeilijkste in leidinggeven. Te makkelijk om te negeren, er is geen acute reden om in te grijpen. Te lastig om te bespreken, het is niet erg genoeg om er een gesprek over te beginnen. Het patroon kan maandenlang bestaan voordat iemand het echt aanpakt. En precies in die maanden ontstaat de schade die het later complex maakt: voor de medewerker, voor het team, en voor de leidinggevende zelf.

In coaching werk ik regelmatig met leidinggevenden die zo'n situatie te lang hebben laten doorlopen. Bijna altijd is hun eerste vraag: "Hoe kan ik dit nu nog op een goede manier oppakken?" Dit artikel gaat over precies die vraag, en over hoe je voorkomt dat je in die positie terechtkomt.

Leidinggevende in begeleidend gesprek met teamlid

Waarom dit zo lang doorgaat

Geen helder ankerpunt

Bij echt slechte prestaties is er een ankerpunt: KPI's worden gemist, klanten klagen, fouten worden gemaakt. Dat geeft een aanleiding om te handelen. Bij onder-niveau presteren is dat anker er niet. Alles werkt 'redelijk'. Dat maakt het moeilijk om het gesprek te starten, er is geen feit dat het rechtvaardigt.

Wat er wel is, is een buikgevoel. Dat de medewerker eigenlijk meer in zich heeft. Dat het traag gaat. Dat de inzet niet matcht met het potentieel. Maar buikgevoel is moeilijk om mee te beginnen.

Vermijding op beide kanten

De medewerker zelf weet vaak dat hij niet zijn beste werk levert. Maar zolang er geen druk is, is er ook geen aanleiding om zelf het gesprek te starten. Hij ploetert door, met een lichte schaamte die hij niet thuis kan brengen.

De leidinggevende voelt het ongemak ook. Hij stelt het uit. "Ik wacht nog even tot het volgende project." "Misschien lost het zich vanzelf op." "We hebben nu meer urgente zaken." Beide kanten vermijden, en het patroon stagneert.

Het wordt langzaam normaal

Een derde reden: hoe langer iets doorloopt, hoe normaler het lijkt. Wat in maand één afwijkend was, wordt in maand zes 'gewoon hoe het gaat'. De norm verschuift onbewust mee. En op het moment dat iemand er wel iets aan wil doen, is het ineens een veel groter gesprek dan het zou zijn geweest in de eerste maand.

De vragen die vooraf moeten worden beantwoord

Is het werk wel passend?

Voordat je iemand op zijn prestaties aanspreekt, is het belangrijk te checken of het werk zelf goed past. Onder-niveau presteren komt soms doordat iemand in een rol zit die niet bij hem past. Te veel administratie voor een conceptueel denker. Te weinig structuur voor iemand die kaders nodig heeft. Te veel klantcontact voor een introvert.

Als de rol niet past, lost geen enkel begeleidingsgesprek het probleem op. Dan is het echte gesprek er een over rolherziening, niet over prestatie.

Heb ik mijn deel goed gedaan?

De tweede vraag is voor de leidinggevende zelf. Heb je de kaders helder genoeg gemaakt? De verwachtingen expliciet? De feedback regelmatig? De ondersteuning passend?

Veel leidinggevenden ontdekken bij eerlijk kijken dat een deel van het probleem bij hen ligt. Niet alle, maar een deel. En die erkenning maakt het gesprek een ander gesprek, minder oordelend, meer onderzoekend.

Wat is precies het patroon?

Voordat je een gesprek begint, weet je concreet wat je ziet. Niet 'hij presteert minder', maar specifiek: welke taken? welke momenten? welke aspecten? Vaag aanspreken op vage problemen werkt zelden. Concreet aanspreken op concrete patronen werkt vaak.

Het gesprek dat het verschil maakt

Open zonder oordeel

Begin het gesprek met een observatie, niet met een conclusie. "Ik wil iets met je bespreken dat ik een tijdje zie en waarover ik graag jouw beeld hoor. Ik merk dat in de afgelopen maanden …" Daarna komt de concrete observatie.

Geef ruimte voor zijn reactie voordat je verdergaat. Vaak ontstaat in die ruimte iets onverwachts. Hij heeft het zelf ook gemerkt. Of er speelt iets in zijn privéleven. Of hij voelt zich vastgelopen op iets specifieks. Die informatie is goud voor het verdere gesprek.

Onderscheid tussen kunnen, willen en mogen

Onder-niveau presteren heeft drie hoofdoorzaken: hij kan het niet, hij wil het niet, of hij mag het niet (door interne of externe blokkades). Het gesprek werkt anders voor elk:

  • Kunnen-niet: vaardigheid ontbreekt. Oplossing: training, begeleiding, andere taakverdeling.
  • Willen-niet: motivatie is weg. Oplossing: gesprek over wat er wel past, eventueel rolverandering of vertrek.
  • Mogen-niet: iets blokkeert hem. Oplossing: blokkade benoemen en aanpakken, vaak in cultuur of relatie.

Veel leidinggevenden behandelen alle drie hetzelfde, vaak als 'kunnen-niet'. Dat werkt zelden, omdat de oorzaak niet wordt geadresseerd.

Een concreet plan voor de komende periode

Een gesprek zonder vervolgactie is niet meer dan een gesprek. Het echte werk komt na de erkenning. Spreek concreet af wat de komende drie maanden anders gaat. Welke ondersteuning krijgt hij? Wat verwacht je van hem? Welke mijlpalen zijn er onderweg om bij te stellen?

Maak die afspraken schriftelijk. Niet om vast te leggen voor een dossier, wel om voor beide partijen helder te maken wat is afgesproken. En zet expliciete check-ins in: niet ad hoc, wel vast.

Wanneer het anders moet

Als het patroon na drie maanden niet verandert

Soms blijkt het patroon hardnekkiger dan een gesprek kan oplossen. De ondersteuning is geboden, de gesprekken zijn gevoerd, de mijlpalen zijn niet gehaald. Op dat moment is het tijd voor een ander gesprek, eerlijker, helderder.

Niet meteen vertrekgesprek. Wel: "We hebben dit besproken, en de afgesproken stappen leiden niet tot wat we hadden gehoopt. Dat zegt iets, misschien past deze rol niet, misschien is er iets dat dieper zit. Laten we daar nu naar kijken."

Als het mensen om hem heen begint te raken

Soms blijkt de prestaties niet alleen impact te hebben op zijn eigen werk, maar ook op het team. Anderen moeten compenseren. Klanten beginnen te merken. Op dat moment wordt de overweging anders. Niet alleen wat is goed voor hem, ook wat is goed voor het geheel.

Eerlijk maken: "Ik kan niet doorgaan in deze fase zonder dat het anderen begint te raken. Ik wil je daarvan bewust maken, omdat het de tijd verkort die we hebben om hier samen uit te komen."

Als zijn motivatie er werkelijk niet meer is

Soms hoor je in een gesprek dat de motivatie er gewoon niet meer is. Hij is moe, of hij doet dit werk om verkeerde redenen, of hij wil iets anders maar durft niet. Op dat moment is het werkelijke gesprek niet over prestaties, het is over een keuze die hij voor zichzelf moet maken.

Help hem die keuze te maken. Niet door hem te duwen. Wel door eerlijk te zijn dat doormodderen niemand dient, hem niet, het team niet, jou niet.

De houding waarmee dit lukt

Het werkende leidinggeven aan onder-niveau presterende medewerkers vraagt iets oncomfortabels: het vermogen om niet weg te kijken. Veel leidinggevenden vermijden het omdat het ongemakkelijk is. Maar het ongemak van de eerste maand is veel minder dan het ongemak van een jaar uitstel, voor iedereen.

Wat de moed mogelijk maakt, is een ander uitgangspunt. Niet "ik moet hem op zijn falen aanspreken", maar "ik wil hem helpen scherp te krijgen waar hij staat, en dat kan alleen als ik eerlijk ben." Vanuit dat uitgangspunt voelt het gesprek anders. Voor jou, en voor hem.

En de uitkomst is meestal beter dan je vreest. Soms ontstaat ineens groei waar het muurvast leek. Soms kiest hij, bewust en gerespecteerd, voor een andere richting. Soms wordt zichtbaar wat eerder verstopt zat. Bijna altijd verdwijnt de muffe sfeer die hangt rond uitgesteld eerlijk leiderschap.


Stel je een gesprek uit met een medewerker die niet uit de verf komt? Neem contact op, coaching helpt je bij de innerlijke kalibratie waarmee dit type gesprek niet meer zo zwaar voelt.

Deel dit artikel

MS

Monique Straatsma

Mede-oprichter van Regiemakers en Register Organisatiecoach. Monique begeleidt organisaties bij systemische transities in cultuur en samenwerking.

Herken je dit?

Wil je werken aan de thema's uit dit artikel? Een kennismakingsgesprek is vrijblijvend en duurt 30 minuten.

Plan een kennismakingsgesprek