Wat doe je als je collega te dicht bij de leidinggevende komt
Soms krijgt een collega een nauwere band met de leidinggevende dan de rest van het team. Hoe je daarmee omgaat zonder paranoia, en zonder onderdanigheid.
Het is een van die werksituaties die je moeilijk benoemt als je hem hebt: één van je collega's heeft een opvallend nauwe band met de leidinggevende. Ze zijn vaak samen gezien. Hij wordt eerder ingelicht over dingen. Hij krijgt taken die anderen graag hadden gehad. Beslissingen lijken al voor de vergadering aan zijn kant te staan.
Voor de rest van het team voelt dat ongemakkelijk. Niet altijd als 'oneerlijk', vaak meer als een ondergrondse dynamiek die niet wordt benoemd. Iedereen merkt het. Niemand bespreekt het. En het beïnvloedt langzaam hoe mensen zich gedragen: voorzichtiger in vergaderingen, terughoudender met kritiek, gerichter op de gedragingen die de leidinggevende lijkt te waarderen.
In coaching kom ik dit type situatie regelmatig tegen. Mensen vertellen me hoe ze er last van hebben, maar weten niet wat ze ermee aan moeten. "Ik kan het toch niet bewijzen." "Ik wil niet de zeurpiet zijn." "Misschien doe ik er ook te veel van." Dit artikel is een poging om hier een werkbare benadering bij te vinden, zonder paranoïa en zonder onderdanigheid.
Eerst: wat is hier precies aan de hand
De legitieme variant
Soms is een nauwere band met de leidinggevende volledig terecht. De collega heeft langer ervaring, meer expertise, of een rol waarin meer afstemming nodig is. De relatie is dan functioneel, niet preferentieel.
Het is belangrijk om dit eerst eerlijk te onderzoeken. Want als je elke nauwere band als gunst leest, mis je de werkelijkheid van werkrelaties, die nu eenmaal verschillen, en niet altijd evenredig.
De grijze variant
Vaker zit het in een grijs gebied. De collega heeft inderdaad nauwere toegang, en deze toegang is deels functioneel én deels persoonlijk. Een leidinggevende mag voorkeuren hebben, dat is menselijk. De vraag is of die voorkeuren leiden tot onbetwistbare ongelijkheid in besluitvorming, beoordeling of kansen.
In het grijze gebied is het werk niet om iets bewijsbaar te maken. Het is om met de realiteit om te gaan zonder erin opgeslokt te raken.
De ronduit problematische variant
Soms is er meer aan de hand. Het patroon is duidelijk niet alleen functioneel. De collega krijgt informatie eerder, kansen disproportioneel vaak, en zijn meningen wegen zwaarder zonder dat zijn argumenten dat dragen. Andere teamleden voelen zich onevenredig benadeeld in evaluaties of in toedeling van werk.
Dit is geen gevoel, dit is een feitelijk patroon. En in dit geval is er werkelijk werk aan de winkel, niet alleen voor jezelf, ook voor de leidinggevende en eventueel voor de organisatie.
Hoe je voor jezelf bewust wordt van wat het je doet
Erken wat je voelt
De eerste stap is verbazend moeilijk: erkennen wat dit met je doet. Veel mensen ontkennen voor zichzelf dat het hen raakt. "Ik ben hier niet jaloers op, hoor." "Het maakt mij niet uit wie wat krijgt." Vaak klopt dat niet. Iets in je registreert het wel, en niet erkennen dat het wat doet, maakt het alleen maar werk-onder-de-oppervlakte.
Een eerlijke check: hoe voel ik me als ze samen lopen? Wat denk ik bij beslissingen waar deze collega bij betrokken was? Welk gevoel zit er onder dat ik niet meteen wil benoemen?
Het antwoord mag onaangenaam zijn. Boos. Jaloers. Klein. Buitengesloten. Geen van die gevoelens is een teken dat er iets mis is met jou, wel dat je iets aan het waarnemen bent in je werkomgeving.
Onderscheid wat van jou is en wat niet
Vervolgens: wat van dit gevoel is over de werkelijkheid en wat is over jou? Een gezonde dosis vergelijking met collega's is normaal. Maar als je merkt dat je veel mentale energie kwijt bent aan deze ene relatie, zegt dat ook iets over wat in jou wordt aangeraakt.
Vaak speelt iets ouds mee, een geschiedenis met buitengesloten worden, met preferentiebehandeling, met onrechtvaardigheid die niet werd aangepakt. Die geschiedenis hoeft niet de huidige situatie te ontkennen, maar als hij meespeelt, is het werk om te onderscheiden tussen wat van nu is en wat van eerder.
Bespreek het met iemand buiten je werk
Een derde stap die helpt: bespreek het met iemand die niet in je werk zit. Een coach, een goede vriend, een partner. Niet om de situatie te bewijzen of te ontkennen, wel om jezelf hardop te horen.
Vaak ontdek je in zo'n gesprek waar je werkelijk staat. Hoe groot is dit voor je? Wat zou je ermee willen? Welke uitkomst zou je rust geven? Die helderheid is moeilijk te krijgen door alleen te piekeren, wel door uit te spreken.
Hoe je in de werkrelatie navigeert
Niet meedoen met klagen
Een gemakkelijke valkuil: meedoen met collega's die over deze dynamiek klagen. Op de gangen, bij de koffie, in onderonsjes. Het voelt verzachtend, "ik ben de enige niet", en is op de korte termijn samenbindend.
Op de langere termijn ondergraaft het. Het bouwt een patroon van ondergronds gemopper dat de werkelijke situatie niet adresseert. En het maakt jezelf langzaam ook tot een type collega waar je niet voor wilt staan.
Beter: erken intern dat je het ziet, maar voed het niet door er deel van te worden.
Houd je werk professioneel
Een tweede principe: laat je gedrag tegen de bevoorrechte collega niet veranderen. Hij of zij is jouw collega, en zijn relatie met de leidinggevende is niet onder jouw verantwoordelijkheid. Behandel hem zoals je elke andere collega zou behandelen, geen onderdanigheid, geen vijandigheid, gewoon respectvol professioneel.
Wie zich in zijn gedrag laat bepalen door wat hij ziet aan favoritisme, geeft zijn eigen kompas weg. En dat is een prijs die hij zelf betaalt, niet de bevoorrechte collega, niet de leidinggevende.
Investeer in je eigen relaties
Wat wel binnen je invloed ligt: je eigen werkrelaties. Hoe is jouw band met de leidinggevende? Investeer je daar voldoende in? Maak je je werk zichtbaar? Vraag je af en toe om feedback?
Soms ontdekken mensen bij eerlijk kijken dat zij zichzelf kleiner hebben gemaakt dan nodig was. Niet omdat de leidinggevende hen wegdrukte, maar omdat zij zich uit de relatie hebben teruggetrokken, vaak uit reactie op wat ze rond de andere collega zagen. Die terugtrekking versterkt het patroon dat ze betreuren.
Voer een eerlijk gesprek met je leidinggevende
In sommige gevallen is een direct gesprek met de leidinggevende verstandig. Niet om favoritisme te beschuldigen, wel om je eigen positie helder te maken.
"Ik wil graag weten waar ik sta. Welke kansen zie je voor mij komend half jaar? Welke ontwikkeling vind je belangrijk? Wat zou ik kunnen doen om scherper in beeld te zijn voor onderwerpen die ik graag oppak?"
Die vragen brengen jou en je leidinggevende dichter bij elkaar zonder dat het over een ander gaat. En vaak ontdek je dat de leidinggevende je niet bewust over het hoofd zag, alleen niet wist wat jij wilde.
Wanneer er meer aan de hand is
Als het patroon serieuze ongelijkheid creëert
Soms blijkt het meer dan grijs gebied. De ene collega krijgt structureel betere kansen, beoordelingen, of toegang. Anderen verzwakken duidelijk in positie zonder dat hun werk daar aanleiding toe geeft. Het patroon is over maanden of jaren te zien, en het beïnvloedt loopbanen.
In dit geval is bespreken niet voldoende. Hier hoort iets met de organisatie, een gesprek met HR, een melding via een vertrouwenspersoon, of in extreme gevallen een formele klacht. Dat zijn zware stappen, en niet voor elke situatie passend. Maar ook niet altijd vermijdbaar.
Als het je werk blijft beïnvloeden
Wanneer je merkt dat dit niet meer een onderhuidse irritatie is maar je werkelijke werkprestaties, je gemoedstoestand of je werkplezier blijft beïnvloeden, is het tijd voor een keuze. Veranderen wat je kunt veranderen, accepteren wat je niet kunt veranderen, en, als geen van beide werkt, overwegen of de situatie nog wel houdbaar is.
Soms is een werkomgeving over voor jou, niet omdat hij verkeerd is, maar omdat hij niet meer werkt voor je. Dat is een legitieme conclusie, geen falen, wel een beslissing waar je rust uit haalt.
De diepere lijn
Wat dit type situatie uiteindelijk vraagt, is een vorm van professionele volwassenheid. Niet meegaan in de kleine politiek van het team. Niet onderdanig worden. Niet bitter worden. Wel eerlijk over wat je ziet, helder over wat je voelt, en consistent in hoe je werkt, ongeacht wat je rond je heen gebeurt.
Mensen die dit niveau bereiken, ontdekken vaak dat hun positie versterkt, niet doordat ze de bevoorrechte collega hebben verdrongen, maar doordat ze zelf een andere kwaliteit van werken laten zien. En vaak schuift de dynamiek dan vanzelf, niet meteen, maar op de termijn die deze dingen meestal nodig hebben.
Werk je in een dynamiek waar je je oncomfortabel voelt over preferentie en weet je niet wat je ermee moet? Plan een kennismakingsgesprek, coaching helpt bij navigeren zonder dat het je werk en plezier blijft beïnvloeden.
Bas Resink
Coach en mede-oprichter van Regiemakers. Bas helpt professionals en teams om spanning productief te maken via Fluide coaching.
Herken je dit?
Wil je werken aan de thema's uit dit artikel? Een kennismakingsgesprek is vrijblijvend en duurt 30 minuten.
Plan een kennismakingsgesprekGerelateerde artikelen
Hoe je omgaat met een dominant teamlid zonder te verharden
Een dominante collega kan een team gijzelen. Hoe je hem of haar teruggeeft aan zijn juiste maat zonder zelf hard te worden.
Een nieuwe collega laten landen in een gevormd team
Een nieuwe collega in een bestaand team is geen administratieve aangelegenheid. Hoe je ervoor zorgt dat hij of zij landt, voor het team én voor zichzelf.
De olifant in de kamer benoemen, en wat erna komt
Iedereen ziet de olifant. Niemand benoemt hem. Hoe je dat moment doorbreekt, en wat er nodig is voor het gesprek dat erna kan plaatsvinden.